Train in een betekenisvolle situatie

cut crap

Cut the Crap
– Tekst: Anjolie Engels-Wisse –
Is een uitspraak die een herinnering biedt aan vroegere invulling van de training, die vaak genoeg nog steeds op een dergelijke wijze wordt ingevuld. Na het inlopen volgt een portie loopscholing. Niet bij iedere atleet even geliefd en op waarde geschat en eens de titel “crap” toebedeeld kreeg. Vooral het niet inzien van het nut, kan afbreuk doen aan de motivatie en de mate van kwaliteit in uitvoering van de oefenvormen. Deze oefeningen, gericht op het verbeteren van de looptechniek, bezien vanuit een ideaaltypische bewegingsuitvoering, beloven een betere loopefficiëntie op te leveren. Daarna wordt aangeboden waar de meeste lopers voor gekomen zijn: het lopen van tempo’s.

In bovenstaande wordt uitgegaan van een techniekgerichte benadering: eerst techniek verbeteren en pas daarna lopers laten ervaren waar die voor nodig is. De trainer heeft hierin de sturende rol via het geven van instructie, uitleg, voorbeelden en feedback. De nadruk ligt op “hoe” de oefening uitgevoerd kan worden. De loper is volgzaam; kijkt, luistert en voert uit.

Training van techniek aanbieden tijdens het spel, in een betekenisvolle context, gaat uit van een spelgerichte benadering. Zoals voetballers leren en “een betere voetballer” worden tijdens het spelen van het spel voetbal op een pleintje, kan een loper leren en “een betere hardloper” worden tijdens het lopen van tempo’s in een groep waarin gespeeld wordt met tempowisselingen. De loper zal dan reageren op een versnelling / vertraging van een ander en de paslengte, pasfrequentie, kracht in het lopen en snelheid in beweging aan willen kunnen passen.

Een steepleloper kan los van de context hordentechniek trainen door een aantal horden op een rij te zetten en oefeningen uit te voeren. Betekenisvoller wordt de situatie wanneer hij horden passeert tijdens het lopen van de tempo’s met een medeloper ernaast die zonder horden door kan lopen. De uitdaging ligt voor de steepleloper in het aanpassen van de paslengte richting de horde met zo weinig mogelijk tempoverlies. De loper zal de zweeffase willen inkorten en na de passage proberen direct het tempo door te kunnen lopen.

Nu trainen niet alle lopers op de atletiekbaan of lopen steeple. Wel zoeken veel Zeeuwse lopers de duinen, het bos en het strand op. De trainingsvorm fartlek; “het Zweedse Vaartspel,” biedt in deze omgeving dankzij het parcours en het spelenderwijs wisselen in tempo, een natuurlijke spelgerichte benadering doordat de loper tijdens het lopen leert te anticiperen op de ondergrond en heuvels. Loopscholing aanbieden in een dergelijke betekenisvolle context biedt plezier en zal de intrinsieke motivatie vergroten.

De loper zal bij de spelgerichte benadering willen weten: wat doe ik, waarom en wanneer. Als een loper een medeloper niet bij kan benen heuvelop, zal deze loper graag willen weten wat hij / zij kan veranderen in looppas en loopstijl om het heuvelop lopen te verbeteren. Als een loper merkt dat hij / zij wedstrijden kan winnen of een medeloper een beetje kan “dollen” door een versnelling te plaatsen, zal deze loper graag willen weten wanneer deze het beste geplaatst kan worden en wat er gedaan kan worden om de versnelling verder te versterken.

Train techniek eens in een betekenisvolle situatie. Vergroot de motivatie voor het verbeteren van het looppatroon en de loopefficiëntie via het lopen van wisseltempo’s en geef de trainingsvorm fartlek een plaats binnen het trainingsplan. Train specifiek en verbeter dàt tijdens het lopen wat jij wilt kunnen.