Toer door de Tour
Een blik in de keuken van de laatste sportvoedingsinzichten
– Tekst: Vera Wisse –
International Sport and Exercise Nutrition Conference 2016
De laatste week voor de kerstvakantie vindt de International Sport and Exercise Nutrition Conference (ISENC) plaats in Newcastle. Een uitstekende gelegenheid om te netwerken en op de hoogte te worden gesteld van nog niet gepubliceerde sportvoedingsonderzoeken. Genoeg redenen dus om wederom af te reizen naar deze Noord-Engelse stad; en een kort verslag te doen van de hoogtepunten van deze dagen.
Hoogtepunt 2 van 3
Een toer door de Tour
Wat gebeurt er met een wielrenner tijdens het leveren van een extreme sportieve prestatie, zoals het fietsen van de Tour de France? De tweespraak van Peter Hespel (KU Leuven) en James Morton (John Moores University Liverpool en voedingskundige bij wielteam Sky) leveren samen een boeiende sessie op. Hespel schetst aan de hand van zeer concrete getallen hoe lastig het is om tijdens een dag in de Tour voldoende energie binnen te krijgen. Omdat er daarna nóg een dag volgt. Hoog of laag in koolhydraten is niet eens een issue. Met een behoefte van 8500 kcal (!) per dag heb je die keus niet. Het voedingspatroon is hoog in koolhydraten én vetten én eiwitten.
Ter vergelijk met die 8500kcal: een ‘normaal’ persoon die niet sport heeft er niet meer dan 2000 op een dag nodig. Het is dan ook super moeilijk om voldoende energie beschikbaar te hebben; zeker gezien het feit dat je natuurlijk geen bordje met pasta weg kan werken als je op de fiets zit. Per uur inspanning kun je niet meer energie dan 90 gram koolhydraten opnemen. Dit komt overeen met 360 kcal. De rest moet dus allemaal buitenom de wedstrijd worden gegeten.
Stel de etappe duurt 5 uur. Dan kan de renner tijdens het fietsen niet meer dan 5×360 = 1800 kcal opnemen. De overige 6700 kcal moet hij over de rest van de dag tot zich nemen. Flinke maaltijden dus! Hij toont aan dat een groot deel van de renners dan ook aanzienlijk gewicht verliest tijdens een meerdaagse koers. De presentatie van James sluit hier naadloos op aan met praktijkvoorbeelden vanuit Team Sky en het belang van periodisering. Periodisering qua voeding – in afstemming met de trainingsopbouw en – intensiteit – zorgt ervoor dat de renner in staat is om beide brandstofbronnen (vetten en koolhydraten) relatief efficiënt te kunnen gebruiken tijdens de races. Zijn belangrijkste boodschap: periodisering is belangrijk. Maar je wint de Tour niet met een koolhydraatarme voeding.
Conclusie
Het lijken misschien geen spectaculaire nieuwe inzichten. Maar alle kleine stapjes dragen bij aan de optimale sportvoeding voor elk individu.
