De Winter van Erik Bastiaansen

erik-bastiaansen-bs-7-melon-j2t

In de serie “De winter van…” belichten we de winter van een aantal sporters. Welke plannen hebben zij? Hoe trainen zij? Wat is hun motivatie?

– Afname interview: Marianne de Kok –

In deze aflevering de freestyle snowboarder Erik Bastiaansen. Erik Bastiaansen maakt kennis met het snowboarden tijdens een kinderfeestje in de skihal in Terneuzen. En daarna was hij verkocht. Op zijn 14de wordt hij opgenomen in de Nederlandse selectie. Hij mag deelnemen aan wedstrijden van de Europa Cup en later wereldbeker wedstrijden. Dit met alle trainingen leidt in 2015 tot de knappe prestatie: wereldkampioen junioren slopestyle. Ook in de winter van 2016 haalt hij top 10 klasseringen bij wereldbeker wedstrijden voor junioren.
Slope style is de discipline waarbij je op een snowboard een parcours aflegt met verschillende rails en schansen, waarop verschillende tricks worden gedaan. Een jury bepaalt de waardering van deze tricks . Via de links naar vimeo zijn beelden te zien wat Erik op een snowboard kan: vimeo 1 en vimeo 2.
Ik spreek Erik nu hij nog in Nederland is, omdat hij een kleine blessure heeft. Hierdoor doet hij nu niet mee aan wedstrijden, maar hij hoopt in januari weer op pad te gaan.

Wat zijn je doelen deze winter?
“Het wordt een drukke winter, één jaar voor de Olympische Spelen. Ik vind het lastig om te zeggen welke prestatie ik kan verwachten. Het is mijn eerste echte jaar in het wereldbeker circuit. Vorig jaar heb ik al wel een wedstrijd mee mogen doen. Maar nu ga ik een heel seizoen draaien. Het zal lastig worden in de prijzen te vallen. Als ik twee keer top 12 haal, heb ik de kwalificatie voor de Olympische Spelen. Dat zou de ultieme prestatie zijn. De Spelen van 2022 zijn wel het doel voor de echte lange termijn. Eigenlijk is mijn doel voor deze winter het beste uit mezelf te halen.”

Hoe ziet deze winter eruit?
“De komende 3 maanden ben ik niet in Nederland. Er zijn 5 wereldbekerwedstrijden achter in elkaar in Europa en in Amerika. Dan volgen er nog een paar trainingsweken en andere wedstrijden. Op de wereldbeker wedstrijden heeft Nederland 3 startplekken. We gaan dan ook met 3 atleten. Verder reist onze coach en fysiotherapeut mee. Een wedstrijdweek bestaat eerst uit twee trainingsdagen. Dan mag iedereen zo’n 2 tot 3 uur per dag in het snowpark. Daar tussen door prepareer ik mijn board en rust ik. We hebben geen materiaalman die met ons meereist omdat dat te duur is. Het prepareren van het board is ook minder belangrijk dan in andere disciplines. De wedstrijd bestaat uit een kwalificatie dag en de wedstrijddag zelf. En dan reizen we naar de volgende plaats, is er vaak een rustdag en dan herhaalt zich het weer.”

Wat doe je als je niet in het buitenland bent?
“Dan woon ik op Papendal. Daar train ik en ik ga naar school. Ik volg een opleiding aan het Johan Cruyff College in Nijmegen. Ik train dan twee keer per dag in het krachthonk, onder leiding van fysiek trainer Robert Walsh. Ik train ook 1 of 2 keer per week in een turnhal en doe turn oefeningen en trampoline springen. Verder ga ik naar school. Door deze aanpak ben ik stabieler en sterker geworden.”

Hoe ziet jouw begeleiding eruit?
“Naast de fysiek trainer hebben we een coach Frank van der Putten. Hij gaat mee op de trainingen en wedstrijden en helpt met het verbeteren van de tricks. Geeft aanwijzingen, vertelt wat goed gaat en zo. Het is een onvoorspelbare sport. Soms voel je je heel goed, maar gaan de tricks helemaal niet naar wens. Het is lastig daar grip op te krijgen. Daarnaast heb je te maken met het weer. Als het heel slecht weer is, wordt een wedstrijd of kwalificatie afgelast.”

Wat is jouw motivatie?
“Ik mag 7 maanden per jaar de wereld rondreizen en boven op een berg staan. Ik ontmoet leuke mensen. Dat is gewoon fantastisch en dat is mijn werk. Mooier kan het niet zijn.”

Je bent ambassadeur van het Jeugd Sportfonds, waarom doe je dat?
“Ik vind dat iedereen moet kunnen sporten. Juist als je jong bent, wil je sporten uitproberen en dan is het ontzettend frustrerend dat dat niet kan omdat er niet genoeg geld is. En als al je vriendjes op een sport zitten, wil je dat ook. Daarom zet ik me voor het Jeugd Sportfonds in.”