TrainingsWeek van Rugbyer Leroy Kersten

leroy j2t

Ook nieuwsgierig hoe andere sporters trainen?
In deze serie belichten wij de training van diverse sporters.

– Deze serie afleveringen is gemaakt door Marianne de Kok –

In deze aflevering vertelt rugbyer Leroy Kersten hoe zijn trainingsweek eruit ziet. Leroy, 25 jaar, speelt rugby bij Oemoemenoe. Hij startte op 9-jarige leeftijd en speelde tot zijn 16e bij de diverse jeugdteams van Oemoemenoe. Vervolgens beoefende hij 7 jaar fitness en vechtsport. Maar zijn passie voor rugby en het aandringen van zijn broertje en andere spelers die graag wilden dat hij terugkwam, brachten hem in 2013 terug op het rugbyveld. Sindsdien speelt hij weer bij het eerste van Oemoemenoe, de ploeg die uitkomt op het hoogste niveau van Nederland, de ereklasse.

Waarom is rugby jouw sport?
Rugby is mijn sport omdat de mentaliteit mij erg aanspreekt. Respect naar elkaar en naar de scheidsrechter, en in het veld alles geven wat je hebt. Je moet echt je mannetje kunnen staan. Dat fysieke vind ik super.

Wat is jouw plek op het veld?
Ik speel “Flanken”, dat wil zeggen dat mijn taak vooral verdedigen is. In die positie heb je veel contact, ben je de hele tijd bezig met tackelen en het veroveren van de bal. Je bent continue daar waar de bal is.

Hoe zag jouw trainingsweek eruit?
“Op maandag train ik zo’n anderhalf uur in de sportschool, gericht op dat wat ik nodig heb bij het rugbyen. Explosiviteit, zware gewichten, maar ook een hoog aantal herhalingen.

Dinsdag hebben we clubtraining. Ik probeer overdag ook naar de sportschool te gaan. Ik train dan maar zo’n drie kwartier en pak dan vooral oefeningen voor kleine spiergroepen, bijvoorbeeld biceps.
De rugbytraining start met een warming-up. Daarna volgt een blok techniek training met onder andere het hanteren van de bal. Daarna splitst de groep. De backs trainen dan op het afmaken en het scoren. De nadruk ligt op snelheid. De forwards trainen op de scrum en de line-out. Bij hun ligt de nadruk op kracht. Daarna komen we weer bij elkaar en oefenen we wedstrijdsituaties.De training duurt zo’n anderhalf uur.

Op woensdag ga ik weer een uur de sportschool in en doe een kracht training met zware gewichten.

Donderdag hebben we onze tweede clubtraining. Als ik tijd heb ga ik overdag naar de sportschool . Omdat de donderdagtraining minder intensief is dan de dinsdagtraining, doe ik in de sportschool nog wel oefeningen met de grote spiergroepen. Op de clubtraining trainen we donderdag iets rustiger in de zin dat we minder het contact opzoeken. We willen zonder blessures de wedstrijd van zaterdag ingaan. We trainen ook een langer gedeelte wedstrijd specifiek; welke tactiek kunnen we tegen de ploeg van de komende wedstrijd het best gebruiken. Wat zijn onze aandachtspunten. Moeten we vooral op snelheid gaan of wordt kracht en massa het belangrijkst.

Vrijdag is een rustdag of ik ga nog naar de sportschool voor wat kleine oefeningen.

Ik voel met het best als ik kan sporten, ik heb het nodig als uitlaatklep. Daarom train ik eigenlijk wel elke dag.

En op zaterdag spelen we de wedstrijd.

Wie bepaalt de inhoud van je trainingen?
Mijn trainingen in de sportschool stel ik zelf samen. Ik lees over trainingsmethoden en in de sportschool traint iemand die veel ervaring heeft. Daar kan ik van alles aan vragen.

Wat is je doel waar je naar toe werkt?
Het doel is het behalen van de “Plate”. In de competitie strijden de eerste zes ploegen om het kampioenschap. De zes ploegen daaronder strijden om de “Plate”. Wij staan nu gedeeld tweede, het zou prachtig zijn als we eerste werden. (Inmiddels voert Oemeomenoe de ranglijst aan, red.) Daarvoor is vooral een stukje extra fitheid van ons allen nodig. Je merkt dat andere ploegen wat meer mogelijkheden hebben. Onze kracht is dat we hard werken en het nodige talent hebben. We spelen al met elkaar sinds de jeugd en we weten wat we aan elkaar hebben.

Zijn er dingen die je voor de sport laat?
Ja, ik rook niet en let op met alcohol. Zeker voor een wedstrijd zal ik niet drinken.

Wat zou je nog willen bereiken in de sport?
Ik zou graag nog op een hoger niveau spelen, dat is waar ik voor train.