KrachtTraining voor Ouderen

krachttraining

– Tekst: Sportfysiotherapeut Ma. Femke van der Linde –

Sarcopenie
Bij het ouder worden ondergaat het menselijk lichaam zichtbare en voelbare fysieke en fysiologische veranderingen. Het meest opvallend is sarcopenie, de leeftijdsgebonden afname van de skeletspiermassa. Uit onderzoeken komt naar voren dat krachttraining heel effectief is om de gevolgen van sarcopenie positief te beïnvloeden en zelfs tegen te gaan.

In 2010 heeft de European Working Group on Sarcopenia in Older People de volgende werkdefinitie geformuleerd voor sarcopenie: “een gegeneraliseerd en progressief verlies van spiermassa en kracht met een daaraan gerelateerd een verhoogd risico op een slechtere uitkomst zoals: fysiek functieverlies, verminderde levenskwaliteit en overlijden” (Cruz-Jentoft et al, 2010).

Tussen ons 25ste en ons 30ste levensjaar wordt dit proces al in gang gezet. Elk jaar verliezen we ongeveer 1% van onze spiermassa en spierkracht. Dit loopt op tot zo’n 3% per jaar na het 70ste levensjaar. Vanaf het 70ste levensjaar leidt dit proces tot een significante daling van de functionele capaciteiten (Hurley en Roth, 2000). Om hier vroegtijdig op in te spelen, vervullen we als (sport)fysiotherapeuten een preventieve rol in dit geheel.

Krachttraining kan dit verlies van spiermassa positief beïnvloeden, dan wel tegengaan. Naast het tegengaan van het verlies aan spiermassa kent krachttraining nog meer bijkomstige voordelen, zowel op korte termijn alsmede op lange termijn. Hierbij kunnen we op korte termijn denken aan: verbetering van slaapkwaliteit en slaapkwantiteit, betere regulatie bloedglucose niveau en daling van laaggradige ontstekingen, naast het feit dat het psychologisch ook een positief effect kent. Op lange termijn worden uiteraard naast de spierkracht ook het cardiovasculaire (hart en bloedvaten) systeem getraind (Eelbode et al, 2010).

Alles bij elkaar zal krachttraining een goede uitwerking hebben op het gehele lichaam en zullen fysieke en fysiologische veranderingen minder snel of niet plaatsvinden. Tenslotte zal het geheel tot gevolg hebben dat functieverlies binnen de dagelijkse activiteiten positief wordt beïnvloed en de kwaliteit van leven zal verbeteren.