Doorzettingsvermogen
Tips voor het vergroten van jouw vermogen door te zetten
– Tekst: Anjolie Engels-Wisse –
Tijdens het leveren van een inspanning word je moe, je benen gaan pijn doen en je brein zegt dat het verstandig is “wat gas terug te nemen”. Je verstand wil je beschermen voor het leveren van een te grote inspanning. Wanneer de wilskracht hoog is, kan je nog wel even doorzetten.
Vaak is het makkelijker onder vermoeidheid door te lopen in een groep tijdens deelname aan een loop / evenement. Je hebt dan andere lopers om je heen en het publiek moedigt je aan. Soms kan je dit als zo positief ervaren dat je het gevoel krijgt gedragen te worden door het publiek.
Tijdens trainingen ontbreekt het gejuich en mag je de kracht door te lopen in jezelf vinden. Je maakt het voor jezelf makkelijker die krachtsbron te vinden als je vertrouwen hebt in wat je traint. Maak daarvoor vanuit je beginsituatie een passende, gestructureerde trainingsopbouw naar een doel toe. Wanneer je deze richtlijn volgt (wees hierin wel flexibel en pas aan wanneer dat nodig is), voel je zelf de progressie die je maakt en kan je vertrouwen op je eigen kunnen.
Stel subdoelen in je trainingsplan en vier de tussentijdse behaalde doelen. Het groeiproces kan wel eens mooier zijn dan het behalen van het uiteindelijke doel wat je voor ogen hebt. Maak onderscheid in wedstrijden die passen in de trainingsopbouw en wedstrijden die je als subdoel stelt. Hierin kan je het verschil leggen in de mate van doorzettingsvermogen en de bereidheid diep te gaan. Wanneer je de trainingsopbouw doorlopen hebt, ben je nieuwsgierig naar wat je aan het eind van de voorbereidingsperioden in de wedstrijdperiode kan. De wilskracht is dan hoog, als het goed is ben je gedurende deze fase in vorm en dan kan je “dieper” gaan voor het leveren van aantrekkelijke prestaties.
Hier volgen een paar tips om door te kunnen zetten tijdens een training of bij deelname aan een loop / wedstrijd.
Tips vergroten doorzettingsvermogen
1. Visualiseer wat je wilt kunnen.
2. Breek de te lopen afstand op in delen. Wanneer je denkt in 4 x 15 minuten kan je na elke 15 minuten denken: “Ik heb er alweer 15 gehad.” Dat is makkelijker dan 1 x 60 minuten. Zo ook bij een loop. Deel hem op in delen als: vlak, duinen en strand of in blokken van bijvoorbeeld telkens 3 te lopen kilometers.
3. Luister naar de signalen die je lichaam geeft. Maak onderscheid tussen “pijn” die ontstaat door een trainingsprikkel waarbij je jezelf pusht iets buiten je comfortzone te lopen en “pijn” die veroorzaakt wordt door een (opkomende) blessure.
4. Kijk naar hoe ver je al bent gekomen. Je hoeft de rest enkel nog maar af te maken.
5. Wanneer je door vermoeidheid negatief gaat denken: “Ik kan die heuvel niet meer goed oplopen,” zet die gedachte dan om in een positieve: “Tijdens de trainingen heb ik veel in de heuvels getraind en ik ben daardoor sterk geworden. Die kracht kan ik mooi gebruiken op deze heuvel.”
6. Herhaal woorden in je hoofd die jou motiveren als je moe wordt. Let erop dat je i.p.v. “niet stoppen” denkt aan woorden zoals: “kom op”, “zet door”, “hoog lopen” en “blijf pushen.”
EnjoyYourRun
