Old School – – New School

old new school

Motorisch leren
Atleten willen zich ontwikkelen: sterker, sneller, hoger, verder. Het is handig als een trainer een voorsprong heeft in kennis, zicht heeft op de mentale en technische mogelijkheden van een atleet en beschikking heeft over een breed oefenarrangement waarbij de atleet motorisch kan leren.

Expliciet leren
Vroeger nam de trainer vaak ruim de tijd de oefeningen uitgebreid uit te leggen. Er lag vooral nadruk op de cognitieve fase van het motorisch leren. Na je warming up stond je dan te wachten en af te koelen tot je aan de slag mocht. Gehard door deze werkwijze die gericht is op expliciet leren waarbij het leerproces van buitenaf gestuurd wordt volgens de Old school, kon het toch gebeuren dat de autonome uitvoering van het aangeleerde bewegingspatroon bezweek onder prestatiedruk: paralysis bij analysis. Stress kan namelijk een verlammende werking hebben in de autonome fase waarbij je in een situatie zit waarin je de oefening zonder er bewust over na te denken beheerst wilt kunnen uitvoeren.

Impliciet leren
Wanneer de oefeningen aangeleerd worden volgens de leerprincipes van de New school, het impliciet leren, wordt de kennis overgedragen door de atleten de oefenstof te laten ervaren. Hier is veel tijd voor de associatieve fase van het motorisch leren. Er staat een oefening voor je klaar die jou dwingt tot een correcte uitvoering te komen. Er wordt jou door de trainer ruimte geboden zelf je bewegingen te verfijnen door uit te mogen proberen en te oefenen. Je krijgt de kans om op gevoel te leren waarbij de oefensituatie aangepast en opgebouwd kan worden, passend bij wat jij op dat moment beheerst.

Arrangementen
Voor het blijvend kunnen vernieuwen in het aanbod van oefeningen kan er differentieel leren aangeboden worden. Wanneer er in passende stappen een gedoseerde opbouw gemaakt wordt, kan er veel variatie in oefenstof geboden worden. De trainer kan zijn schat aan oefenarrangementen openen, waarbij het vak uitleg en feedback gesloten kan blijven.

Focus
Dankzij de tijd die je krijgt in de associatieve fase van het motorisch leren tijdens de uitvoering van een gevarieerd oefenarrangement kan je op gevoel je bewegingen verfijnen. Bovendien ben je steeds sneller in staat je bewegingen te corrigeren. Handig is tijdens de uitvoering van de oefening de aandacht te vestigen op het effect wat je wilt bereiken. Je richt je dan niet op wat je been moet doen tijdens de afzetfase, maar waar je heen wilt dankzij het maken van die beweging.

Afkijken
De trainer kan je bij het leren beheersen van het bewegingspatroon voorzien van bekende beelden of situaties die bij jou een belletje doen rinkelen. Maar je kan ook gebruik maken van de kracht van de trainingsgroep. Daar waar op school afkijken bestraft wordt, kan het in de sport beter aangemoedigd worden. Als je iemand kan imiteren die een gewenste bewegingsuitvoering beheerst, krijg je het zelf vaak ook onder de knie.

Prestaties
Impliciet leren met een externe focus zorgt ervoor dat je op gevoel leert bewegen waarbij je je focust op het effect van de beweging. Wanneer je de oefening op gevoel hebt aangeleerd gekregen, zal je een verstoring in het bewegingspatroon sneller opmerken en beter kunnen corrigeren. Dankzij motorisch leren sta jij sterk in je schoenen als je onder druk wilt presteren.

EnjoyYourRun

Bron Sportgericht jaargang 63 en jaargang 69 / 4 / 2015