Opdracht: een snelle 10

Fotografie: Sjaak de Kok
Fotografie: Sjaak de Kok

– Tekst: Marianne de Kok –

De opdracht van de trainster was duidelijk: een snelle 10 km lopen. Dat als voorbereiding op de Antwerp 10 miles. De Oosterscheldeloop was daarvoor de geschikte gelegenheid.

De voorbereiding
Aan die snelle 10 ging een winter van flink trainen vooraf. Een winter zonder ziek zijn en blessures. Ik had wel wat pijntjes maar die werden door fysiotherapeut Anton Engels snel opgelost. Zo maakte ik trainingsweken met 60 tot 65 loopkilometers, iets wat ik de afgelopen jaren niet meer had kunnen doen. Daarbij wat meer rust door iets minder werken en minder mantelzorg, maakte dat ik sterk de winter uitkwam.

Ik ging dat in de baantrainingen de laatste maand goed merken. Ondanks het hogere tempo en de kortere rusten, kon ik die goed volbrengen en had ik het gevoel van “macht in de benen”. En dat is genieten. Dat doe ik ook bewust want ik weet zelf hoe snel dat (soms door simpele pech) weer voorbij kan zijn.

Daar moest ik dan ook gelijk aan denken toen ik woensdagmiddag tijdens mijn fietstocht van werk naar huis op het asfalt belandde door een manoeuvre van een onhandige scholier. Balen, pijnlijke, dikke linkerknie….
Thuis ijs erop en het beste ervan hopen. Gelukkig viel het mee, donderdag nog wel wat dik, flink blauw, maar niet echt stijf. De baantraining ’s avonds verliep nog best goed.

De snelle 10
Zaterdag 12 april, de opdracht uit gaan voeren. Op het gemak op de fiets naar Goes. Inlopen met Anjolie en Pascal. Benen voelen goed, maar is het super? Ik weet het niet goed. We zullen zien.

Ik kies voor een snelle start, zo lang mogelijk volhouden en dan maar zien waar het schip strandt. Na een kilometer loop ik iets achter Peter van Limbergen en Arjo Verhagen. Met Arjo train ik op de baan, hij loopt daar net iets sneller per rondje dan ik. Ik besluit te proberen naar hen toe te lopen en dan maar te zien hoe lang ik dat volhoud. Met de wind mee gaan de eerste 5 kilometer redelijk gemakkelijk. Ik heb geen idee op welke tijd we lopen, want mijn stopwatch weigert dienst. Ik neem het ter kennisgeving aan en maak me er niet druk om. Ik concentreer me op technisch goed lopen en het behouden van de snelheid. Na een bochtje of klimmetje hebben Arjo en Peter steeds een klein gaatje, maar dat kan ik dichtlopen. Nu het gedeelte met de wind tegen in zicht komt, wil ik toch heel graag bij hen blijven. Anders is het een verloren zaak.

Met de wind tegen, doen we wisselend kopwerk, de mannen zijn zo galant om langere aflossingen te doen. Ik ben er erg blij mee, want ik heb niet veel meer over. Een bord meldt nog 2 kilometer te gaan. Gelukkig is het eind in zicht. En ach wat is nog iets minder dan 8 minuten afzien? Vijf rondjes op de baan, de afstand van de Postweg naar huis…. dat moet ik in dit tempo vol kunnen houden. Mijn enige gedachte is bijblijven. Ook Arjo heeft het taai, komt niet meer op kop en het enige wat ik kan, is Peter volgen. Die heeft nog net wat meer over en kan de laatste 500 meter nog iets versnellen. Ik probeer nog energie voor een eindsprintje te vinden, maar dat zit er niet meer in. Tot mijn grote vreugde zie ik als ik de cijfers op de klok kan lezen, net 37 minuten staan en ik finish in 37.09.

Wow dat ik nog zo’n lage 37 er kan lopen. Ik ben er ontzettend blij mee en erg trots op. Ik heb jaren gedacht dat ik niet meer zo snel zou kunnen lopen.

En nu?
Heel erg genieten van deze prestatie en goed onthouden. Ik weet dat het ook zo weer anders kan zijn. En op naar de Antwerp 10 Miles.