Inspanningsfysiologie kinderen v.s. volwassenen

pasen 2014 - kopie

Daar waar kinderen in de leeftijd van 6 tot 13 jaar feest vieren als ze een jaar ouder worden, zouden volwassen het wel eens over willen slaan. Kinderen hebben alle reden voor een feestje. Want naarmate zij ouder worden, groeien hun sportieve mogelijkheden. Of heeft kind zijn ook zo zijn voordelen? Wie wint? Het kind of de volwassene als we kijken naar 3 ontwikkelingsaspecten van het inspanningsvermogen: de spierkracht, aerobe capaciteit en de anaerobe capaciteit?

Spierkracht
Spierkracht neemt toe bij kinderen door een toename van de spiermassa, door groei van de lichaamslengte of door toename van het lichaamsgewicht. Vooral bij jongens vanaf 12 jaar neemt de spiermassa toe dankzij anabole geslachtshormonen zoals testosteron. Daarnaast geven de neurale factoren zoals de afvuursnelheid van signalen en het kunnen activeren van meer motorunits en de coördinatie daarvan, een toename in kracht.

Ademefficiëntie
De ademfrequentie is bij kinderen hoger dan bij volwassenen. Volwassenen hebben echter een groter teugvolume. Deze neemt gedurende de kinderjaren toe dankzij de groei van de thorax. Het grotere teugvolume in combinatie van een afname in ademfrequentie zorgt voor een verbetering van de ademefficiëntie. Hier winnen de volwassenen van de kinderen.

Aerobe inspanningscapaciteit
Kinderen genieten een maximale hartslagfrequentie van rond de 193 slagen per minuut. Volwassenen leveren inspanningen tot een maximale hartslagfrequentie die elk jaar afneemt. Bekend is de rekenregel: 220 – leeftijd = maximale hartslag. Bovendien kunnen kinderen meer zuurstof onttrekken aan het bloed. Kinderen kunnen dat om het kleinere hartslagvolume (de hoeveelheid bloed dat het hart in één slag rond kan pompen) wat zij hebben t.o.v. een volwassene, te compenseren. Volwassenen hebben tijdens inspanning een groter slagvolume dan kinderen. Het slagvolume is een belangrijke factor in het zuurstoftransportsysteem en de aerobe inspanningscapaciteit. Bovendien neemt de zuurstoftransportcapaciteit van het bloed geleidelijk aan met de kinderjaren toe. Deze capaciteit neemt toe bij een hogere hematocriet en een hogere hemoglobineconcentratie. De volwassen man wint hier van de kinderen en ook van vrouwen.

VO2max en VO2piek
Kinderen kunnen het maximale inspanningsniveau wat nodig is voor het meten van de VO2max vaak niet bereiken. Volwassenen kunnen dat vaak wel. Bij kinderen geeft de VO2piek een indicatie van maximale zuurstofopname. Bij het vaststellen van je VO2 max wordt je aerobe capaciteit in kaart gebracht. Dit is je hoogste zuurstofopname tijdens maximale inspanning waarbij grote spiergroepen worden gebruikt. De inspanning neemt dan nog toe, maar de het zuurstofverbruik stagneert. Eens per jaar je VO2 max laten meten tijdens een inspanningstest geeft een beeld van je mogelijkheden. Een geschikte inspanningstest voor het meten van o.a. de VO2max is de ATDS test.
Bij kinderen kan gekeken worden wanneer zij een piek behalen in hun zuurstofopname, de VO2piek. Dit punt kan minder goed gemeten worden doordat de hoogst gemeten zuurstofopname vastgesteld wordt op het moment dat het kind subjectieve tekenen geven van het ervaren van een maximale inspanning.

Anaerobe capaciteit
Inspanningen die intensief te noemen zijn, kan je niet oneindig lang volhouden. De drempel ligt daar waar de inspanning niet eens zoveel intensiever wordt, terwijl de tijd die je het zou kunnen volhouden opeens enorm afneemt. Voor een betere anaerobe capaciteit heb je wat meer kinderjaren nodig. Goed getrainde sporters kunnen deze drempel soms leggen tot op 90% van hun maximale zuurstofopname. Bij ongetrainde personen komen deze drempel soms al tegen op 40 of 50%. Training kan dus echt drempels verleggen.

Tip
Stap thuis eens over de drempel naar buiten in sportkleding en ga gericht trainen. Anders wint het sportieve kind wellicht toch van een ongetrainde volwassene.

Bron: Physios, jaargang 4, nummer 3.