Rob Kroonen, sportambassadeur van de gemeente Hulst

Rob Kroonen

“Hoe krijg en houd je de jeugd aan het sporten? “

In deze serie artikelen maken we kennis met de sportambassadeurs van de gemeenten Veere, Sluis, Hulst en Middelburg. In deze aflevering Rob Kroonen, sportambassadeur van de gemeente Hulst.
Vragen: Marianne de Kok, tekst Rob Kroonen

Hoe ben je sportambassadeur geworden?
“Ik kwam in contact met de gemeente Hulst in de persoon van Anne Marie van Goethem en tijdens dit contact bleek dat de gemeente op zoek was naar een vervanger van de toenmalige sportambassadeur Ingrid IJsebaert omdat haar 3 jaar afliepen. Aan mij werd toen gevraagd of ik dit wilde doen. Mijn naam was door vroegere “sportman van het jaar” verkiezingen blijven hangen. Ik moest hier niet lang over nadenken want ik vind dit een grote eer om dit te mogen gaan doen. Zodoende zijn we half januari samen met Hulst voor Elkaar gestart om invulling te geven aan deze functie.”

Hoe ben je zelf met sporten begonnen?
“Als 8 jarig jongetje werd ik door mijn vader meegenomen naar zijn passie: judo. Ik was, wat ik mij nu nog kan herinneren, direct verkocht en mocht na een half jaar al meedoen aan een afdelingskampioenschap van sportschool Felix Janssens in Roosendaal. Vanaf dat moment ben ik verknocht geraakt aan deze sport. Voor mij staan judo (wedstrijden ) synoniem aan de ultieme beleving van sport, een gevecht van man tegen man, waar je elkaar op vaardigheid, techniek, snelheid en kracht probeert te verslaan, sport in de pure vorm.”

Hoe beoefen je je sport nu?
“Ik beoefen judo nog steeds op wedstrijd niveau en daar train ik ook voor. Dit doe ik bij sportschool Delta en maak ik met grote regelmaat uitstapjes naar trainingen in België en Frankrijk maar met enkel judotrainingen red je het niet in het hedendaagse wedstrijdjudo dus ik ben ook regelmatig te vinden in het krachthonk daar leef ik mij dan uit op de cardio apparatuur en “hang” ik aan de gewichten. As het zonnetje uitnodigend schijnt durf ik ook mijn sportschoenen aan te trekken om een rondje te rennen. Dit alles om eens het volkslied voor mij te horen spelen op een groot sportevenement.”

Op welke prestatie ben je trots en waarom?
“Qua prestatie en aanzien ben ik trots op mijn 2e plaats tijdens de officiële wereldkampioenschappen judo voor veteranen in 2015 maar de 1e plaats op de World Police en Fire games in Los Angeles 2017 en de 2e plaats op de Europese kampioenschappen judo voor veteranen in Glasgow 2018 mogen niet ontbreken omdat ik dit heb gepresteerd terwijl ik een hele roerige privé situatie zat.”

Wat heb je als sportambassadeur al gedaan?
“Op dit moment ben ik tijdens het schooljudo bij de afsluitende lessen geweest en hier staan er na de vakantie nog gepland. Verder ben ik bij de fit en gezond test geweest, waar op 3 verschillende locatie op verschillende datums mensen hun gezondheid konden laten testen.
Verder heb ik contacten gelegd op de middelbare school om te kijken naar mogelijkheden om een weerbaarheidscursus aan te bieden met een praktijk en theorie gedeelte.”

Wat zou je als sportambassadeur op willen pakken?
“Ik heb bij het begin van het sportambassadeurschap gezegd dat ik zou proberen om op twee terreinen mijn aandacht te leggen dit was in eerste instantie de jeugd aan het sporten te krijgen cq te houden in plaats van het continue te kijken in hun handpalm waar dan een mobieltje in zit en de oudere te blijven motiveren om (blijven) te sporten. Een zeer mooi initiatief wat Hulst voor Elkaar heeft ontwikkeld was de rollator race, welke heel enthousiast werd ontvangen, maar er zijn ook vaste waarde zoals voetbal 35+, sport 55+, elke stap die telt, die naadloos aansluiten op mijn ideeën en waar ik mijn steentje als sportambassadeur kan bijdragen.
In de kinderschoenen staat het project zomervakantie versus de jeugd om de jeugd toch in beweging te houden (lees fit) tijdens de zomervakantie als de competities en training van allerlei sporten gestopt zijn. Gedacht wordt aan een soort sport initiatie aan te bieden om kennis te maken met andere sporten.
Voor de oudere wil ik kijken of er in de preventieve sfeer iets te bereiken is met het oog om het vallen te voorkomen.
Er is genoeg te doen en te willen en hopelijk krijg ik de mogelijkheid om deze activiteiten verder te ontplooien en mensen weer (terug) in beweging te krijgen dat moet volgens mij een mooi en goed gevoel zijn, zowel voor de mensen als de organisatoren.”