Monique op weg naar mooie tijden

sub 30000

Monique Verschuure liep de Marathon Rotterdam in 2 uur 57 minuten en 3 secondes.
Ze werd daarmee de 3e Nederlandse dame. Die tijd is een bijzonder snelle tijd. Het is 15 jaar geleden dat een Zeeuwse dame een marathon onder de 3 uur gelopen heeft.

– Tekst: Marianne de Kok –

Ik was erg benieuwd wat Monique gedaan heeft om deze knappe prestatie te leveren. Hoe zag haar training eruit? Hoe was die laatste week voor de marathon? En wat beleefde ze tijdens de marathon? De reden voor dit interview.

Waarom Rotterdam in 2018?
“Het was niet de eerste keer dat ik in Rotterdam de marathon liep. In 2017 liep ik 3 uur en 4 minuten. Mijn trainer Jan de Wilde adviseerde me om eerst nog een Zeeuwse marathon te lopen. Door het parcours van de Kustmarathon is het lopen van een tijd daar niet zo aan de orde. Met die ervaring en meer training zou ik terugkeren naar Rotterdam om te proberen een nog snellere tijd dan die 3 uur 4 minuten neer te zetten. En dat heeft dus goed uitgepakt”, vertelt Monique.

Lange, langzamere duurlopen
We praten over de basis van deze prestatie, wat maakt dat ze zoveel sneller was? “Deze winter heb ik de lange duurlopen, echt langzamer gelopen. In andere voorbereidingen had ik de neiging om deze te snel te lopen. Op aandringen van Jan liep ik ze nu wel een 1 kilometer per uur langzamer. Dat maakte dat ik minder moe was en daardoor de andere trainingen, zoals mijn intervaltraining beter kon doen”. Die lange langzame duurlopen vindt Monique best lastig om alleen te lopen. “Ik ga me dan vervelen, en moet echt oppassen niet sneller te gaan. Samenlopen helpt, en met veel plezier heb ik deze winte de lange duurlopen vaak met Paola van Gilst gedaan. Naast de duurlopen train ik nog een keer of vijf, waaronder een heuveltraining, baantraining, kortere duurlopen en herstellopen. En in de winter ben ik begonnen met yoga.”

Combineren met bedrijf en gezin
Zoals veel mensen weten is Monique eigenaar van Brasserie/Café de Sportvisser. En natuurlijk heeft ze haar gezin. Waar vindt ze de tijd om deze trainingen te doen? “Ik vind mijn gezin en de Sportvisser erg belangrijk. Ik ga pas trainen als ik weet dat ik voor beiden alles goed geregeld heb. Ik wil niet dat mijn personeel ooit zegt dat het hardlopen voorgaat. Dat betekent goed organiseren. Als zoontje Jan naar school is loop ik onder schooltijd. Maar in vakanties loop ik dan bijvoorbeeld voordat hij wakker is. Trainer Jan de Wilde maakt een schema voor een maand, maar we passen het tussentijds aan als het met werk of gezin anders verloopt dat van te voren bedacht. We hebben daar veel contact over.”

Prikkel
Wanneer kreeg Monique het gevoel dat een snelle tijd in Rotterdam mogelijk zou zijn? “Vanaf januari gingen de trainingen goed, en liep ik snelle wedstrijden. Toen begon ik te denken dat een snelle tijd mogelijk was. Ik durfde dat ook uit te spreken dat ik dacht om een sub 3 uur te lopen in Rotterdam”. Ik vraag of dat niet veel druk geeft. Monique vindt wat druk juist wel prettig “het geeft mij een prikkel om het ook waar te maken. Ik liep in Schoorl een PR op de 10 kilometer, voor het eerst onder de 38 minuten. Toen in Venlo een PR op de halve marathon: 1 uur 22 minuten. Dat gaf zoveel vertrouwen. Dat maakte ook dat ik de laatste 2 weken naar Rotterdam rust in mijn hoofd had, niet meer de drive had nog hard te trainen, en zo rustig naar Rotterdam toe kon leven.”

Rotterdam
Dan is het eindelijk het weekend van de marathon, hoe zag dat eruit? “Ik ben zaterdagochtend al naar Rotterdam gegaan. Alleen. Ik vind dat prettig. Ik kan in alle rust doen, wat ik wil. Slaap de laatste nacht voor de wedstrijd in een hotel. Ik had dat voor Schoorl en Venlo ook gedaan en dat beviel me prima. Voor het eerst zou ik de marathon zonder horloge gaan lopen. Johnny Ravia had gevraagd of ik het fijn vond als hij mij zou hazen. Samen met Jan de Wilde besloten we het zo te gaan doen. Ik zou op gevoel lopen en alleen op de 5 kilometer punten kijken hoe snel we gingen. Het ging heerlijk. Ik voelde me sterk. Het enige wat Johnny na elke 5 kilometer zei, was dat we safe zaten. Maar ik had eigenlijk geen idee hoe snel we gingen. Ik dronk, nam mijn gelletjes zoals we van te voren hadden uitgedacht. Na 35 kilometer werd het zwaarder. Ik zag Erwin Harmes aan de kant staan. Mijn knie was pijnlijk, iets wat ik de na de laatste duurloop had opgelopen. En voor mijn gevoel ging het tempo fors achteruit. Ik werd bang dat ik het niet ging halen. In mijn hoofd bleef ik herhalen “doorgaan, doorlopen, niet verzwakken”. Bij de 41 kilometer zei Johnny dat we echt wel gingen halen, maar ik had geen idee hoever we onder die 3 uur zaten. Ik dacht dat het om secondes ging. Toen kwam ik de Coolsingel op en zag ik 2.56 op de klok staan. Ik was helemaal overdonderd, dat zie je ook op de foto’s. Ik had niet gedacht dat ik zover onder de 3 uur zou lopen.”

Wat nu?
Heb je zo’n mooie prestatie geleverd, hoe gaat het dan verder? “Ik was superblij en trots dat ik het gedaan had. Er waren beste wat mensen die na Rotterdam de marathon Zeeuws Vlaanderen gingen lopen. Ik heb ook even getwijfeld, ik wilde nog wel lopen. Maar Jan de Wilde vond dat helemaal geen goed idee. Een rustperiode ingebouwd. En nu ga ik wat baanwedstrijden lopen. Iets heel anders, maar wat ik ook echt leuk vind. Kort en echt op snelheid. Die snelheid kan ik weer goed gebruiken voor volgende marathons. Want als ik nog harder wil, heb ik die nodig. En nog harder lopen, daar ga ik nog wel voor’’