Sportambassadeur Middelburg Matthijs Albregtse

Fotografie: Dennis Wisse

Fotografie: Dennis Wisse

Matthijs als ambassadeur

- Tekst: Rogier Veenstra –

“Ik ben van mezelf ontzettend fanatiek, enthousiast en ik vind het leuk om anderen te overtuigen. Dat zou ik graag bij kinderen willen proberen, want sporten is belangrijk voor de ontwikkeling van een kind. Ik vond rugby in het begin ook best spannend, maar het is zo’n leuke sport. Een balsport waarbij er verschillende kwaliteiten gevraagd worden. Gooien, trappen, fysieke kracht, behendigheid, tactiek, snelheid, het is zo’n veelzijdige sport en iedereen bezit wel iets van deze aspecten. Ik geef zelf al regelmatig les en zou dat heel graag ook als ambassadeur willen doen.”

Oranje
De eerste selectieprocedure heeft hij overleefd en nu is het afwachten. Matthijs Albregtse hoopt in april met de selectie van U18 van de Nederlandse Rugbybond (Oranje) af te reizen naar Polen om daar te spelen met en tegen de beste rugbyers van zijn leeftijdscategorie. “De trainingsgroep van Oranje bestaat op dit moment uit 45 spelers. Daar zit ik bij en dat is natuurlijk al heel erg mooi. Maar als je in de voorselectie zit, dan wil je ook definitief geselecteerd worden. Ik blijf dus ontzettend hard trainen en hoop dat ik de bondscoach kan overtuigen, zodat ik in april het vliegtuig kan instappen.”

Even wennen
Veel getalenteerde sporters zijn al vanaf het eerste moment dat ze in aanraking komen met de sport verliefd op het spelletje. Dat was bij Matthijs Albregtse wel anders. De getalenteerde en pas 17-jarige Middelburger weet het allemaal nog goed. “Mijn vader heeft zelf op behoorlijk niveau gerugbyd. Het was dus geen verrassing dat ik als klein jongetje in aanraking kwam met de sport. In het begin moest ik er niet veel van hebben. Ik vond het eerlijk gezegd doodeng. Rugby is natuurlijk een fysieke sport en dat vond ik in het begin niet leuk. Gelukkig kreeg ik snel vriendjes, leerde ik de spelregels, werd ik natuurlijk zelf groter en begon ik het steeds leuker te vinden. Ik was toen een jaar of vijf en kan twaalf jaar later zeggen dat het goed is geweest dat ik door ben blijven gaan.”

Snel de provincie uit
Net als bij veel andere sporten is het bij rugby net zo. Wil je wat bereiken dan moet je de provincie uit. Echter houdt dat bij het Zeeuwse rugby in dat alleen de uitwedstijden soms aan de andere kant van het land zijn. Zeeland heeft namelijk Oemoemenoe. Heren 1 komt uit in de Ereklasse, het hoogste niveau van Nederland. Het is ook de club waar Albregtse begon en inmiddels is hij verknocht geraakt aan de vereniging, weliswaar met de nodige uitstapjes. “Het is natuurlijk geweldig dat onze vereniging op zo’n hoog niveau uitkomt. Ik zou heel graag binnen een paar jaar de stap maken naar het hoogste niveau, maar plezier heeft lange tijd bij mij bovenaan gestaan. Ik trainde twee keer in de week bij mijn club en ging vervolgens regelmatig naar selectiedagen en trainingskampen buiten Zeeland. Wederom om met plezier het spel te spelen, maar ik werd natuurlijk ook sneller beter.”

Serieuzere aanpak
Albregtse vond en vindt rugby nog altijd heel erg leuk, maar staat inmiddels ook bekend als enorm talentvol. Dat merkte hij zelf ook en ging zo’n anderhalf jaar geleden de balans opmaken. Als hij wilde blijven groeien dan moest het allemaal meer en serieuzer. “Ik wil ontzettend graag de Ereklasse halen en dat haal je niet alleen met talent. Ik ben dus meer en harder gaan trainen. Zo train ik op dit moment twee keer per week bij mijn eigen club, doe ik twee keer krachttraining, speel ik in het weekend vaak meerdere wedstrijden en heb ik dus ook nog uitstapjes naar de jeugdselecties van Oranje. Elke woensdag train ik in Amsterdam met de selectie. In de kerstvakantie train ik daar iedere dag en daarna ga ik twee á drie keer per week heen en weer naar de hoofdstad. Ik wil het maximale halen en dan moet je er veel voor over hebben. Het werpt z’n vruchten af, maar ik ben nog niet tevreden. Ik heb onlangs de NOC NSF-status ontvangen, waardoor de organisatie mij op verschillende manieren helpt om mezelf maximaal te ontwikkelen. Dat is erg prettig.”

Goochelaar
Rugby is niet alleen kracht en duelleren. Rugby is ook snelheid, tactiek en behendigheid. Albregtse is maar liefst 1,97 meter en weegt 80 kg. “Ik ben de speler die de laatste ballen moet ontvangen, voordat de punten gemaakt moeten worden. Ik word regelmatig omschreven als een goochelaar in het veld. Door mijn snelheid en behendigheid, net als mijn vader. Een bal die buiten bereik en dus onmogelijk om te vangen lijkt, die pak ik en snel ik mijn tegenstanders voorbij. Ik moet wel zwaarder en zelfverzekerder worden.”

Dromen
Ondanks dat het de afgelopen periode voor de wind gaat, waagt de tiener zich nauwelijks aan het uitspreken van dromen. Dromen doet de jonge rugbyer eigenlijk niet. Natuurlijk zijn er genoeg dingen die hij graag zou willen bereiken met de sport, maar kijkt niet te ver vooruit. Op dit moment spelen er trouwens genoeg mooie dingen. Eén van die dingen is het Nederlands team. Hij is in de race om in april van het volgende jaar met de nationale jeugdploeg af te reizen naar een rugbytoernooi in Polen. Iets om hard voor te blijven werken. Een ander agendapunt is natuurlijk die Ereklasse. “Ik ben nog jong en moet nog heel veel leren. Daarom ben ik meer van de korte termijn. Als ik iets verder moet kijken dan zou ik heel graag de stap maken naar Heren 1. Elke week spelen op een ontzettend hoog niveau, daar droom ik wel van. Maar ik blijf geduldig en werk hard.”

AdopteerTalent werd ondersteund door het DeltaZeelandFonds en wordt momenteel zelfstandig gedragen door de participerende Zeeuwse gemeenten.